2016-44_13_debels-europa-is-vertrouwen-burger-kwijt-maarten-mediumKlaus-Heiner Lehne, de nieuwe president van de Europese Rekenkamer, stelt dat de “EU het vertrouwen van de burgers moet terugwinnen”. De Europese Rekenkamer is de instelling die de controle van de financiën van de Europese Unie verricht.

De uitspraak van Lehne impliceert dat de burgers het vertrouwen in Europa kwijt zijn. Een vaststelling die kan tellen. Cynisch genoeg doet Lehne deze oproep bij de publicatie van het jaarverslag van de Rekenkamer over 2015. “De bevolking zal de EU-instellingen geen enkel vertrouwen kunnen schenken als zij niet gelooft dat wij het geld op de juiste wijze beheren”, aldus Lehne. Wie het jaarverslag (320 bladzijden!) grondig leest, wordt alvast niet gelukkiger. De vraag is dan ook of de burger weer het vertrouwen moet geven aan de EU.

De Rekenkamer schat dat het foutenpercentage voor de Europese uitgaven vorig jaar 3,8 procent bedroeg. Het betreft een schatting van het geld dat niet had moeten worden uitbetaald, omdat het niet of niet volledig in overeenstemming met de EU-regels werd gebruikt. De EU-uitgaven bedroegen vorig jaar 145,2 miljard euro. Er werd in 2015 dus 5,5 miljard euro verspild. Een percentage of een bedrag zegt niet alles. Daarom heeft de Rekenkamer ook concrete voorbeelden gepubliceerd om het duidelijker te maken.

Verspilling in alle vormen en kleuren

Zo lezen we dat er geen doeltreffend instrument is voor de invordering van schulden van buiten de EU geregistreerde schuldplichtige ondernemingen of burgers van derde landen. De Rekenkamer: “In 6 van de 24 gevallen in de steekproef in Litouwen kwamen de debiteuren (schuldenaren) uit derde landen: inwoners van Rusland, Belarus (Wit-Rusland) of Oekraïne en in Turkije en de Britse Maagdeneilanden geregistreerde ondernemingen. Hoewel de Litouwse douaneautoriteiten alle mogelijke invorderingsprocedures binnen de grenzen van de EU hadden verricht, lukte het in de onderzochte gevallen niet om de schuld te innen.”

1/ Fraude in Italië

In Italië (Campanië) vernieuwde een gemeente onlangs een wandelweg met een lengte van één kilometer in een bergstreek, voor een bedrag van liefst 441.000 euro. De financiering kwam deels van Europa. De Rekenkamer: “Tijdens de aanbestedingsprocedure verzocht de gemeente geïnteresseerde ondernemingen voorstellen te doen om de investering functioneler en milieuvriendelijker te maken.” Het voorstel van het geselecteerde bedrijf omvatte extra elementen voor een bedrag van 80.000 euro, bovenop de kosten van de werkzaamheden aan de wandelweg. In werkelijkheid werden een mountainbike ter waarde van 4.000 euro en een panoramakijker ter waarde van 3.500 euro gekocht. In dat bedrag van 80.000 euro zat ook een gift van 10.000 euro aan een plaatselijke kerk. De Rekenkamer: “In plaats van de opdracht te beperken tot de benodigdheden voor de renovatie van de wandelweg, werden aanvullende elementen toegevoegd, wat tot hogere kosten heeft geleid.”

2/ Cloud computing

De Rekenkamer onderzocht ook een kostenstaat van 250.000 euro van een begunstigde (van Europees geld) die met acht partners samenwerkte aan een project voor de ontwikkeling van cloud computing-diensten. Dat project maakte deel uit van het kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie 2007-2013. De Rekenkamer: “Wij hebben vastgesteld dat er te veel personeelskosten waren gedeclareerd, doordat deze waren berekend met behulp van een standaard aantal arbeidsuren dat hoger was dan het daadwerkelijke aantal uren. De salariskosten omvatten ook niet-subsidiabele betalingen van bonussen.” Niet-subsidiabel betekent dat hiervoor geen geld van Europa gevraagd kan worden.

3/ Monitoring van het milieu

De Rekenkamer onderzocht ook een kostenstaat van 85.000 euro van een begunstigde die samenwerkte met elf partners in een project voor de ontwikkeling van monitoringsystemen voor het milieu. De begunstigde huurde adviseurs in om het project uit te voeren. De Rekenkamer: ‘Wij hebben vastgesteld dat de adviseurs niet voldeden aan de criteria om als interne adviseurs te worden beschouwd, met name omdat de kosten van de tewerkstelling van de adviseurs aanzienlijk hoger waren dan de personeelskosten van werknemers van de begunstigde uit dezelfde categorie. Daarnaast werden de voor één personeelslid gedeclareerde personeelskosten niet gestaafd door enig bewijsmateriaal.’

4/ Informatiesysteem

De Rekenkamer onderzocht een andere kostenstaat ten bedrage van 146.000 euro van een begunstigde die samenwerkte met 11 partners in een project voor de ontwikkeling van verbeterde geografische beheerinformatiesystemen in het kader van het zevende kaderprogramma voor onderzoek. De Rekenkamer: “Wij hebben vastgesteld dat de begunstigde een deel van de gedeclareerde personeelskosten in werkelijkheid had ingezet voor een ander project. De begunstigde nam niet-subsidiabele posten op in zijn berekening van de indirecte kosten (personeelskosten die geen verband houden met administratieve ondersteuning, marketingkosten, en administratieve en reiskosten die geen verband hielden met de onderzoeksactiviteiten).”

5/ Onbestaande jeugdvereniging in Azerbeidzjan

De Rekenkamer onderzocht ook uitgaven die werden gedeclareerd door het Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur (EACEA) ‘ter bevordering van Europese samenwerking op het gebied van jeugdzaken’ ten bedrage van 16.500 euro. De subsidie werd betaald aan een jeugdvereniging in Azerbeidzjan die de Rekenkamer niet eens kon terugvinden.

6/ Kosten die niet daadwerkelijk ten behoeve van de actie waren gemaakt

De Rekenkamer: “We onderzochten uitgaven die waren gedeclareerd bij en aanvaard door de Commissie voor een subsidie ter ondersteuning van de non-proliferatie van ballistische raketten.” De actie met een begroting van 930.000 euro werd volledig gefinancierd door de Dienst Instrumenten Buitenlands Beleid (FPI). De begunstigde, een in Europa gevestigde onderzoeksstichting, bracht wel geraamde personeelskosten in rekening die veel hoger waren dan de daadwerkelijke kosten.

7/ Voorbeeld van een ernstige inbreuk op de regels inzake overheidsopdrachten

Bij een EFRO-wegenbouwproject in Duitsland werden bijkomende werken met een waarde van meer dan 50 procent van de oorspronkelijke contractwaarde onderhands gegund aan dezelfde contractant. EFRO, dat staat voor Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling.

Dit vormt een inbreuk op artikel 31 van de Aanbestedingsrichtlijn 2004/18/EG. Bijgevolg komen deze kosten niet in aanmerking voor EU-cofinanciering. Vergelijkbare gevallen werden aangetroffen bij andere EFRO-projecten in Italië en het Verenigd Koninkrijk.

8/ Bedrog in Slowakije

In Slowakije heeft de Rekenkamer een project gecontroleerd voor de bouw van een opslagfaciliteit. Het ‘betaalorgaan’ van Europa heeft niet gecontroleerd of de kosten redelijk waren. De Rekenkamer: “Wij hebben echter afdoende bewijs verkregen dat de prijs van één van de belangrijkste bouwmaterialen (beton) zes keer hoger was dan de normale marktprijs. De totale kosten van het project hadden meer dan 50 procent lager moeten zijn.”

9/ Dure tractor in Griekenland

Een begunstigde in Griekenland kocht een tractor die gedeeltelijk was gefinancierd uit Europese middelen voor plattelandsontwikkeling. De Rekenkamer: “De begunstigde diende een van tevoren bepaalde formule toe te passen voor de berekening van het gepaste vermogen van de tractor, rekening houdend met de oppervlakte cultuurgrond van het terrein. De begunstigde verstrekte een offerte die door het betaalorgaan werd getoetst aan een referentieprijs die was overgenomen uit een gespecialiseerd tijdschrift over landbouwmachines. Het betaalorgaan concludeerde dat de prijs voor het specifieke model 10 procent lager zou moeten zijn dan de voorgestelde prijs.”

10/ Voorbeeld van een project dat niet voldoet aan de staatssteunregels

Bij een EFRO-project in Polen in verband met de aanleg van haveninfrastructuur overschreed de financiering het krachtens de staatssteunregels voor dit soort projecten toegestane maximum. Andere gevallen werden aangetroffen bij andere EFRO-projecten in Letland en het Verenigd Koninkrijk.

11/ Roemenië

De Rekenkamer onderzocht een steekproef van zeven aanbestedingsprocedures in Roemenië. Vijf (twee openbare en drie particuliere) vertoonden zware fouten. De Rekenkamer: “De drie particuliere gevallen waren niet ontdekt door de Commissie.” Ook heeft de Rekenkamer in twee onderzochte gevallen tekortkomingen geconstateerd met betrekking tot de selectieprocedure.

12/ Voorbeeld van niet-subsidiabele btw

Een stelregel in Europa is dat terugvorderbare btw niet in aanmerking komt voor EU-cofinanciering. Dat is ook logisch. Maar in het kader van een EFRO-project in Hongarije voor de herinrichting van een ongebruikte mijn met het oog op de bouw van een nieuw openlucht evenementencentrum declareerde de begunstigde, een gemeente, btw als subsidiabele uitgaven. De exploitant van het centrum zal de eindgebruikers van de infrastructuur echter prijzen inclusief btw aanrekenen. Bijgevolg komen de btw-uitgaven niet in aanmerking voor EU-cofinanciering.

Soortgelijke gevallen werden volgens de Rekenkamer vastgesteld bij twee EFRO-projecten in Duitsland.

13/ Voorbeeld van een project waarvan de doelstellingen niet werden verwezenlijkt

Bij een ander EFRO-project in Polen, dat de ontwikkeling van een nieuwe methode voor de verbranding van bruinkool betrof, berustte de technische capaciteit van de begunstigde om het project te kunnen uitvoeren op de betrokkenheid van externe contractanten. Een aantal van deze contractanten nam uiteindelijk niet aan het project deel. Dit droeg ertoe bij dat de beoogde doelstellingen van het project niet werden bereikt. Na onze controle besloot de bemiddelende instantie het project te annuleren.

14/ Spanje

De Rekenkamer heeft in Spanje (Madrid) een perceel van 48 hectare gecontroleerd dat op het ogenblik dat de landbouwer de aanvraag indiende, was geregistreerd als volledig subsidiabel blijvend grasland. Op afbeeldingen waren evenwel dichte struiken en bomen te zien. De Rekenkamer stelde identieke inbreuken vast in andere delen van Spanje, Italië (Calabrië) en het Verenigd Koninkrijk (Engeland).

15/ Begraasbare heide

De Franse autoriteiten verlenen steun met Europees geld voor ‘begraasbare heide’. De Rekenkamer ontdekte dat deze gebieden zowel subsidiabele grasachtige vegetatie als niet-subsidiabele struiken en zelfs dichte bossen omvatten. De Rekenkamer: “In 2015 hebben wij zes van dit soort percelen aangetroffen die volledig of ten dele niet-subsidiabel waren, omdat zij dichte bossen en struiken bevatten, die door de Franse autoriteiten als volledig subsidiabel waren aangemerkt.”

16/ Voorbeeld van niet-subsidiabele uitgaven of activiteiten

Door middel van de plattelandsontwikkelingsmaatregel “dierenwelzijnsbetalingen” wordt steun verleend aan landbouwers die vrijwillig verbintenissen op het gebied van dierenwelzijn aangaan. De betalingen worden jaarlijks verricht en dekken de extra kosten en de gederfde inkomsten die voortvloeien uit de aangegane verbintenissen, zoals meer ruimte voor dieren. Dit is een voorbeeld van het gebruik van vereenvoudigde kostenopties, die de administratieve lasten voor de lidstaten en de begunstigden kunnen verminderen. Dergelijke opties moeten worden gebaseerd op een deugdelijke methodologie, met name een nauwkeurige berekening van de vereenvoudigde kosten.

De Rekenkamer: “In Roemenië hebben wij uitgaven aangetroffen die niet subsidiabel waren omdat de nationale autoriteiten bij de berekening van de vereenvoudigde kosten niet naar behoren rekening hadden gehouden met het aantal productiecycli. Als gevolg daarvan werden de betalingen aan alle begunstigden systematisch te hoog opgegeven.”

De Rekenkamer becijferde dat op die manier 152 miljoen euro (op een totaal van 450 miljoen euro) te veel werd betaald aan Roemeense boeren.

Grootste eurofielen zijn grootste profiteurs

Zou het kunnen dat de grootste voorstanders van Europa de vele ontvangers van Europees geld zijn? In een gemeente in de Druivenstreek is de grootste voorstander alvast een politicus die voor enkele are landbouwgrond en twee paarden Europese landbouwsubsidies krijgt. Dat kan geen toeval zijn.

Thierry Debels