2016-44_01_eric-koning-magnette-met-michel-en-di-rupo-na-ceta-mediumDe communautaire invriesperiode loopt stilaan af. In een opiniestuk in Knack stelde Robert Stouthuysen, erevoorzitter van Voka, dat federaal België krom staat van constructiefouten, grendels en niet-homogene bevoegdheidspakketten. Hij pleit voor een communautair pact, niet voor de opdeling van België. Kan het een zonder het ander?

Stouthuysen ondertekende goed tien jaar geleden al een aantal Vlaamse Manifesten, maar altijd met de handrem op. Al in 2005 schreef hij dat economie voorrang moest krijgen op de institutionele hervormingen. Toen al wisten we waar zijn prioriteiten lagen, maar ook de zwakte van zijn analyse. Het institutionele conflict is precies de klem op het economische beleid.

Volgens Stouthuysen heeft Vlaanderen vandaag twee opties: de communautaire stilte voortzetten in Michel II of tijd verliezen met gekibbel over defederaliseren/herfederaliseren, confederaliseren (“België is in feite al een confederatie”) of opdelen van België.

Pact

Stouthuysen stelt daarom een derde weg voor: een communautair pact tussen de partijen, te onderhandelen in de luwte, voor te bereiden in een gemengde commissie van parlementsleden en “externe experten” en af te ronden tegen einde 2020.

Het doel van zijn “pact” is financieel en economisch: buitenlandse markten veroveren, de belastingdruk en schuldenlast verlagen, staatsschuld en begrotingstekorten onder controle te houden/krijgen etc. En het enige wat het pact niet mag zijn, is een stap naar de opdeling van België.

Dit verhaal doet sterk denken aan het samenwerkingsfederalisme waar hij in 2005 voor pleitte. Aan stilstand dus… Aan de evacuatie van een staatshervorming naar een (experten)territorium buiten de politiek? Tot voorbij de verkiezingen van 2019 zelfs…

Weyts

Wat denkt de N-VA daarover? Laten we veronderstellen dat Ben Weyts het zo een beetje weet. En het wat vrijer mag formuleren dan zijn baas in Antwerpen. Dat deed hij vorige week in Het Nieuwsblad.

We moeten na de volgende verkiezingen “naar het confederalisme”. Ook dat klinkt net iets anders dan “naar een onafhankelijke republiek Vlaanderen”, zoals het in die vervelende Statuten nog altijd staat genoteerd. Ook hier dus terminologische onduidelijkheid. Kunnen we dat eens uitklaren?

Weyts denkt minder aan de belangen van het patronaat dan Stouthuysen. Zijn kijk op de economie is dan ook optimistischer: “De vele nieuwe jobs komen in kleine porties, zoals tapas. Terwijl grote schotels als ING de deur uitgaan. Maar op het einde heb je wel meer gegeten”. Mooie beeldspraak, al gaat ze wat voorbij aan de Waalse crisis, en de cofinanciering ervan door Vlaanderen (transfers).

Maar voor het overige herhaalt Weyts vrij keurig de flamingante argumenten van jaren geleden. De verschillende reacties in Vlaanderen en Wallonië op de handelsverdragen met Canada “tonen nog maar eens aan dat België eigenlijk een tweelandenstaat” is. Als interviewer Pieter Lesaffer, niet goed ingelicht terzake, opmerkt dat je ook omgekeerd kunt reageren en vragen dat buitenlandse handel maar beter weer federaal wordt geregeld, krijgt hij een tik op z’n bakkes: “De buitenlandse handel is net naar de deelstaten gegaan omdat men het op Belgisch niveau niet eens raakte – zoals nu ook blijkt.”

De minister van Mobiliteit en Openbare Werken voegt er meteen een paar andere communautaire kwesties aan toe, zoals het rijbewijs met punten. Dat komt er niét, want de Franstaligen vinden dat een aantasting van hun “vrijheid”.

Terminologie

Even terug naar de terminologie. Stouthuysen wil niet weten van “het opdelen van België”, Weyts en de N-VA verbloemen het woord “onafhankelijke republiek”. Dit semantische debat verdeelt de Vlaamsgezinden (einddoel) en het verwart de Vlaming omdat hij sommige abstracte termen zoals confederalisme niet eens snapt (middel).

Kunnen we het zoals de Tsjechen hebben over “een fluwelen scheiding”? Krijgen we de essentie beter uitgelegd als we een splitsing vergelijken met een ‘vechtscheiding’, en confederalisme met afspreken over ‘living apart together’? Als we met zovelen als mogelijk maar inzien dat België Vlamingen en Walen hindert.

Daarom is het goed dat Weyts zijn mond roert: een zevende staatshervorming? “Oud recept, werkt niet meer.” Dus ook de fiscaliteit en de sociale zekerheid splitsen? “De teksten van ons congres over confederalisme zijn nog steeds actueel. Het is nu een kwestie van die uit te voeren.”

Daarom is het goed dat radicale Vlamingen ook beseffen dat je voor welke afspraak en oplossing dan ook met twee moet zijn. Wij, en de tegenpartij natuurlijk. Hier lezen we – half tussen de lijnen – dat de N-VA dat ook wel beseft: voor een oplossing moeten we bij de PS zijn… Weyts geeft toe dat het probleem eigenlijk is dat de huidige federale regering “maar één gemeenschap van het land vertegenwoordigt.” In zo’n situatie is het normaal dat de Franstaligen zich verzetten. “Voor de communautaire agenda is onze bondgenoot de partij die de meerderheid van die gemeenschap uitmaakt, en dat is PS.” Als er hierover al stille onderhandelingen zouden zijn, dan is dat “diep onder de waterlijn”, aldus Weyts.

Zijn Vlaanderen en Wallonië twee verschillende werelden, of is dat perceptie, zoals Lesaffer suggereert? Moeten we nog twijfelen? De vakbondsstakingen, de tegenstelling over CETA, over het rijbewijs vullen we hier wekelijks aan. Vlamingen kunnen het maar beter nauwkeurig oplijsten, als belangrijkste argument in de politieke debatten van de komende jaren.

Kloof

Laat het dan gaan over de economische kloof. De jongste maandstatistieken van de RVA zijn weer ongenadig voor Wallonië.

Laat het dan gaan over de regionale sociale kloof. Staken en een handelsverdrag de grond inboren, ze kunnen er iets van daar over de taalgrens. “Het linkse militantisme was er altijd groter dan in Vlaanderen”, herhaalt ULB-politicoloog Pascal Delwit in De Tijd. Zelfs Peter Mertens (PVDA), ziet dat in het Vlaamse maatschappelijke debat 80 procent van de stemmen pro-CETA is. Een peiling van RTL-TVI gaf aan dat 70 procent van de Walen achter het CETA-verzet staan.

Laat het dan gaan over de politieke kloof. In Wallonië gedijt extreem links als een vetplantje in het zonlicht. Waals minister-president en “witte ridder” Paul Magnette (PS) probeerde met francofoon radicalisme en met zijn CETA-kabaal de PTB te stoppen. Nog zien of dat lukt. De Strijd om de Waalse ziel vergroot de kloof met het Vlaanderen van Bart de Wever. Hoe meer Wallonië naar links opschuift, hoe beter voor de N-VA. Omstreeks Nieuwjaar weten we of de terugval van de PS is gestopt.

Laat het bij momenten ook gaan over de culturele kloof. Over hoe Wallonië anders omgaat met media, met onderwijs, met kunst, met identiteit, en met ontelbare aspecten van het samenleven. Wat media betreft moeten de Vlaamsgezinden zich overigens ook eens bezinnen over die interne krachten die een verdere Vlaamse staatsvorming permanent in de weg staan. Hedebouw steekt niet onder stoelen of banken dat hij de Vlaamse media wil bespelen om zijn Vlaamse kameraden “van de grond” te helpen. Merkwaardig nieuws is dat voor Groen en sp.a. En goed nieuws voor De Wever en Weyts.

‘t Pallieterke