Vorige week maakte het OCAD een rapport bekend waarin werd gewezen op de gevaren van een oprukkende islam. Vooral de radicale stromingen, zoals het wahabisme en het salafisme, zouden aan invloed winnen ten koste van een gematigde visie op het geloof.

Sinds de bekendmaking van het rapport regent het voorstellen, maatregelen en ballonnetjes om er iets aan te doen. Partijen als sp.a ontdekken dit probleem ‘plots’. Het Vlaams Belang ziet zich bevestigd in zijn gelijk omdat het al sinds 11 september 2001 op dit probleem hamert.

Het probleem is dat er in de grondwet een aantal bepalingen zijn opgenomen die de meerderheid van deze voorstellen gemakkelijk kunnen doorprikken: er is de vrijheid van vereniging, de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van eredienst en de vrijheid van onderwijs. Misschien nog het belangrijkste in deze discussie: de overheid mag zich niet bemoeien met de installatie van dienaren van een eredienst. Het zou verstandig zijn als al die voorstellen eerst in interne werkgroepen worden doorgelicht voor ze de media halen.

‘Solidariteit’

Binnen de islam is het een regel dat moslims elkaar moeten steunen. Ook de overheden van islamitische landen vinden dat ze dat moeten doen. Op dit moment woedt concurrentie tussen enerzijds Turkije en anderzijds de Golfstaten om wereldwijd een islamitische architectuur uit te bouwen. Dat kan gaan om de renovatie of de bouw van nieuwe moskeeën in islamitische landen, maar ook het bouwen van nieuwe gebedshuizen in christelijke landen. Er was het gemeende voorstel van Saoedi-Arabië om tweehonderd moskeeën te bouwen in Duitsland om Syrische vluchtelingen te accommoderen. Erdogan liet een Turkse moskee bouwen… in Cuba!

Bovenvermelde voorbeelden zijn het werk van staatsinstellingen of overheidsfondsen. Het probleem stelt zich ook met private fondsen, individuen, en organisaties die niets met een overheid te maken hebben en onder het mom van liefdadigheid, een agressieve en militante vorm van islam verspreiden. De Amerikanen hebben wel diplomatieke druk uitgeoefend om bepaalde organisaties in Saoedi-Arabië aan banden te leggen, maar veel heeft dat niet uitgemaakt.

De leiders van die landen kunnen ook niet anders. Zijn ze te assertief tegenover die organisaties, dan verliezen ze legitimiteit. Indien ze daarentegen helemaal niets willen doen, dreigen er slechte diplomatieke relaties, en juridische aansprakelijkheid bij aanslagen.

Polderislam

Na enkele aanslagen klinkt het bij politici dat er een Europese islam moet komen. Die politici kennen de geschiedenis niet goed, want de islam is al historisch aanwezig in Polen, de Krim en in Bosnië. Wat men bedoelt met een Europese islam, is een geloof dat past in het Avondland. Niemand heeft ooit concreet uitgelegd wat daarmee wordt bedoeld, maar laten we ervan uitgaan dat men wil dat een strenggelovig moslim zonder problemen normale sociale relaties aangaat met vrouwen, homoseksuelen en niet-moslims. Bovendien mag er nooit geweld worden gebruikt en staan de burgerlijke wetten boven de sharia.

In Nederland heeft men al eens geprobeerd een islamitisch seminarie op te richten. Om diverse redenen is men daarin gefaald. De vraag is ook of dergelijke top-downbenadering werkt. Men probeert met overheidsmiddelen een religie aan te passen, ook al heeft dat geloof specifieke omgangsregels voor vrouwen en niet-moslims. Misschien is het beter om islamitische medeburgers duidelijk te maken dat bepaalde islamitische gedragsregels niet kunnen in een moderne samenleving, in plaats van krampachtig te proberen om met overheidsmiddelen die religie te wijzigen. Dan heeft men tenminste de keuze, hier blijven of vertrekken.

Jens Martens